
21 maart werd in 1969 door de Verenigde Naties uitgeroepen tot internationale Dag tegen Discriminatie en Racisme. Is zo'n dag echt nodig in Nederland? Ondanks een groot aantal positieve ontwikkelingen, vinden ook in Nederland jaarlijks duizenden voorvallen van discriminatie en racisme plaats. Dat is schadelijk voor de mensen die met discriminatie te maken krijgen, maar het is ook schadelijk voor de samenleving als geheel.
Non-discriminatie is in Nederland een algemeen aanvaarde norm en het vergrote deel van de bevolking wijst discriminatie af. Deze grondhouding is echter niet altijd terug te vinden in de dagelijkse praktijk van hoe mensen met elkaar omgaan. Discriminatie op de werkvloer komt (te) veel voor, tegenstellingen in wijken en gemeenten lopen soms langs etnische scheidslijnen en het draagvlak voor de opvang van vluchtelingen en asielzoekers blijkt vaak onvoldoende.
Niet alleen allochtonen kunnen in aanraking komen met discriminatie. Ook andere vormen van discriminatie zijn een maatschappelijk probleem. Denk aan leeftijdsdiscriminatie. Werkgevers vinden dat je met 40 al te oud. Denk aan homoseksuelen of lesbiennes die op straat bespuugd worden. Denk aan mensen in een rolstoel die niet voor vol worden aangezien. Mensen kunnen op allerlei gronden (o.a. huidkleur/afkomst, sekse, seksuele gerichtheid, geloof, leeftijd en handicap) gediscrimineerd, beledigd en uitgesloten worden. Iedereen wil gelijk behandeld worden. Het voorkomen en tegengaan van discriminatie blijft belangrijk.
Bestrijding van discriminatie is een kwestie van continue waakzaamheid. Slechts 1 dag per jaar aandacht geven aan het belang van gelijke behandeling is onvoldoende. Ook op alle andere 364 dagen is de aanpak van discriminatie belangrijk en nuttig.
In het hele land wordt op en rond 21 maart aandacht gegeven aan het feit dat discriminatie een maatschappelijk realiteit is. De laatste jaren is de invulling die door het hele land wordt gegeven aan 21 maart gericht op het bevorderen van begrip en respect. Het hele jaar door wordt aan deze thema's gewerkt, maar het is goed om er één keer in het jaar uitdrukkelijk bij stil te staan en aandacht voor te vragen.
21 Maart activiteiten zijn dan ook evenementen waarbij groepen elkaar ontmoeten en contact wordt gelegd. Verdraagzamheid en gelijke behandeling zijn geen vanzelfsprekendheid, maar vergen onderhoud en blijvende aandacht. De internationale Dag tegen Discriminatie en Racisme 21 maart is een goede aanleiding om het besef dat discriminatie niet kan en mag opnieuw kracht bij te zetten.
Op 21 maart 1960 verandert de Zuid-Afrikaanse stad Sharpeville in een bloedbad. Tijdens een vreedzame demonstratie tegen het apartheidsregime openen politieagenten het vuur op de nietsvermoedende menigte. Op 26 oktober 1966 riep de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties 21 maart uit tot Internationale dag ter uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie om stil te staan bij de slachtoffers én het onrecht van rassendiscriminatie toen en nu en overal.
Vraag RADAR naar ideeën en mogelijkheden !
Andere organisaties die informatie verspreiden en materiaal beschikbaar hebben voor 21 maart activiteiten:
Commissie Gelijke behandeling over 21 maart:
20-03-2009 Sinds 1966 is 21 maart de Internationale dag ter uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie. Discriminatie op grond van afkomst of huidskleur komt ook in Nederland nog steeds voor. Dat blijkt onder meer uit de zaken die de CGB krijgt voorgelegd.
Zo deed de CGB begin dit jaar uitspraak in een zaak waarbij de werkgever een werknemer van Nigeriaans afkomst onvoldoende had beschermd tegen discriminerende opmerkingen. Het ging daarbij om uitlatingen als “aap” en “wat doet die zwarte tussen ons”. Niet alleen greep de werkgever te laat in; ook schoot hij tekort in de klachtbehandeling.
Racismebestrijding blijft noodzakelijk, nationaal en internationaal. Sinds de invoering van anti-racismedag zijn 173 staten aangesloten bij het internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (CERD). De aangesloten landen rapporteren om de twee jaar aan het CERD-comité over de maatregelen die zij in hun land hebben genomen om rassendiscriminatie te voorkomen en te bestrijden.
Op basis van deze rapportages gaat het Comité in dialoog met de betreffende regering. De CGB, de Nationale Ombudsman en het College Bescherming Persoonsgegevens hebben aanvullend op de Nederlandse regeringsrapportage informatie aangeleverd.
De CGB sprak zich in haar reactie onder meer uit over de beeldvorming bij werkgevers over allochtonen en andere problemen bij werving en selectie. Maar ook het voorkómen van discriminatie op de werkvloer, zoals van de werknemer van Nigeriaanse afkomst, is en blijft belangrijk.
Commentaar op de Nederlandse reactie